In onze eerdere blog kon je lezen over onze eigen ervaringen met het imposter syndrome. Bij dit syndroom ben je continu bang om door de mand te vallen. Zelf heb ik daar nog wel eens last van tijdens mijn coschappen. Daarom hebben we een aantal handige tips verzameld om tijdens jouw coschappen om te gaan met het imposter syndrome

  1. Bedenk waarom je denkt door de mand te gaan vallen. Is dit reëel? Kan je iets aanwijzen waaruit blijkt dat je het echt niet kunt? Ga dit bij jezelf na. 
  2. Kijk eens bij jezelf of het echt het imposter syndrome is of dat je daadwerkelijk bluft. Sommige mensen verzinnen uitkomsten, waarden, waarnemingen etc. Dat is niet handig en dat is ook niet het imposter syndrome. Echt bluffen is geen goed plan tijdens je coschappen. Je kunt beter zeggen dat je het niet weet, niet hebt gezien of niet hebt uitgezocht. 
  3. Bedenk dat je tijdens je studie geneeskunde goed getraind wordt in het doen van een anamnese en lichamelijk onderzoek. Als je altijd naar de lessen bent geweest, is de kans vrij klein dat je het daadwerkelijk niet kunt. Probeer die inschatting bij jezelf te maken en ga dan die anamnese en dat lichamelijk onderzoek eens met wat meer vertrouwen tegemoet. 
  4. Bedenkt wat je wel weet. Heb je een buik onderzocht die normaal levendige peristaltiek vertoonde en een wisselende tympanie had, maar weet je niet zeker wat je daarna gevoeld hebt? Zeg dan wat je wel weet en waar je over twijfelt. Zo leer je jezelf aan dat je je zelfverzekerd kunt voelen over wat je doet. 
  5. Ga eens bij jezelf na hoe vaak je daadwerkelijk door de mand bent gevallen. Waarschijnlijk nooit. En waarschijnlijk is dat niet omdat ze erachter zijn gekomen dat je blufte, maar omdat je het gewoon wel echt kon. 
  6. Vraag om feedback bij twijfel. Vraag je supervisor gewoon eens mee te luisteren of voelen. Op die manier weet je echt zeker dat je het juiste hebt gevoeld en gehoord. De volgende keer waag je gewoon weer zelf een poging en denk je terug aan die keer dat je het samen hebt gedaan. Je mag er dan best op rekenen dat je weet wat je doet. 
  7. Het kost tijd. Je hebt jezelf nou eenmaal jarenlang aangeleerd steeds maar weer te denken dat je bluft en ontmaskerd zal worden. Dit verander je niet van de ene op de andere dag. Wees jezelf er bewust van en je zult langzaam groeien. 
  8. Zorgt het imposter syndrome ervoor dat jij als coassistent je taken niet meer goed kunt doen? Dan is het tijd om hulp te vragen. Kaart het aan bij je studie en zo kan je met wat handreikingen wel die stap verder maken. 

Hopelijk helpen deze tips je coschappen wat beter door te komen. Heb jij ook wel eens last van het imposter syndrome tijdens je coschappen of studie geneeskunde?