Weet je nog de eerste dag dat je naar de middelbare school ging? Met je veel te grote rugzak, veel te hoog op je rug gehesen ging je op je veel te grote fiets naar die veel te grote school. Zo voelde ik me ook op mijn eerste dag coschap. Ik had een tas met een hoeveelheid eten waar ik een week op kon leven, want je zou maar verhongeren op zo’n lange dag coschap. En verder was de tas gevuld met een spiksplinternieuwe stethoscoop, penlight, reflexhamer, opschrijfboekje en maar liefst tien pennen in de angst dat er eentje niet zou werken. Toen ik de artsenkamer wat onwennig in mijn witte jas binnenliep, zat daar een semi-arts. Een echte semi-arts! Zomaar in die kamer! Ik voelde meteen weer de brugpieper met veel te grote tas. Letterlijk in mijn geval dus. Want deze jongen had veel meer ervaring dan ik. Hij zou me vast uitlachen om mijn groentjes gedrag. 

De aardige semi-arts

Niks bleek echter minder waar. Het was een ontzettend aardige jongen die me meteen als een gelijke behandelde. Hij hielp me waar nodig met dossiers, printen, waar ik koffie kon halen en alle andere belangrijke basics. Wat me het meeste is bijgebleven is dat hij vertelde dat hij een patiënt op zaal onder zijn hoede had waar hij niet goed uitkwam wat er aan de hand was. Deze kwetsbare opstelling stelde me echt ontzettend gerust. Want ook al ben je bijna dokter, het kan zomaar zijn dat je bij een ingewikkelde casus alsnog geen flauw idee hebt van de diagnose, laat staan dat je een mooi beleid kunt bedenken. 

Geen groentje, maar gelijke

Dus ook al kan je je een enorme brugpieper voelen op je eerste dag, we zijn geen pubers meer. We worden niet uitgelachen om onze veel te grote tassen. Ik hoop voor iedereen als ze ouderejaars co’s treffen dat ze als gelijke behandeld worden. En natuurlijk dat de ouderejaars de jongere co’s ook gewoon normaal behandelen. Zo voel je je al heel snel geen groentje meer, maar een gelijke